VOORAF
Vissen worden niet alleen in de natuur gevangen, ze worden tegenwoordig ook vaak "gekweekt": in zogenaamde viskweekvijvers. (Bekend zijn kweekvijvers voor forel; die kun je in de vakantie als toerist soms bezoeken.)
De eigenaar van een viskweekvijver wil natuurlijk zo veel mogelijk vis zien te krijgen tegen zo laag mogelijke kosten. (Dat geldt voor alle ondernemers, of ze nu broden, Lego-dozen, rozen of bromfietsen produceren.)
Zo n kweekvijver is een ingewikkeld geheel.
Vissen hebben voedsel nodig. Welk voedsel hangt af van de soot vis. Vissen hebben ook zuurstof nodig. En ze produceren afval.
De kwaliteit van het water is van groot belang.
Ook de temperatuur van het water en de hoeveelheid (zon) licht hebben invloed.
En al die processen duren nogal lang: pas na dagen of weken wordt duidelijk wat de gevolgen zijn.
Kortom: een ingewikkeld geheel.
In de laatste jaren wordt bij dergelijk onderzoek de computer veel gebruikt. Een
computer kan namelijk razendsnel met getallen omgaan, rekenen dus.
Alle gegevens die de biologen -onderzoekers hebben gevonden worden "in de
computer gestopt". Beter gezegd:
Alle verbanden tussen de factoren die een rol spe/en in de kweekvijver worden
ingevoerd in de computer.
Als in de computer veel van deze verbanden gestopt zijn wordt het mogelijk om zittend
achter de computer "proeven te doen".
Elke verandering die je in do factoren aanbrengt kan de computer razendsnel
doorrekenen en je ziet dan op het scherm wat de gevolgen zijn.
Men doel dus alsof er een vijver in de computer zit.
De baas van een kweekvijver moet van al deze zaken verstand hebben. Maar hij of zij hoeft niet alles zelf te onderzoeken. Beroepsonderzoekers, in dit geval biologen, kunnen hierbij helpen. In speciale onderzoeksvijvers kunnen zijn alle factoren die van belang zijn zorgvuldig nagaan.
Neem bijvoorbeeld het volgende:
Zilverkarpers zijn vissen die zich voeden met algen, kleine groene plantjes.
Algen hebben mest nodig, vooral fosfaat en nitraat.
De onderzoekers gaan dan na hoeveel mest en welke soort-je het best kunt toevoegen. Dat levert "verbanden" op, verbanden tussen hoeveelheid mesttoevoer en hoeveelheid algen. Al deze verbanden komen tot uiting in de tijd. Biologische processen duren, zoals gezegd, meestal tamelijk lang.
In de laatste jaren wordt bij dergelijk onderzoek de computer veel gebruikt.Een computer kan namelijk razendsnel met getallen omgaan, rekenen dus. Alle gegevens die biologen- onderzoekers hebben gevonden worden "in de computer gestopt". Beter gezegd: alle verbanden tussen de factoren die een rol spelen in de kweekvijver worden ingevoerd in de computer.
Als in de computer veel van deze verbanden gestopt zijn wordt het mogelijk om zittend achter de computer "proeven te doen". Elke verandering die je in de factoren aanbrengt kan de computer razendsnel doorrekenen en je ziet dan op het scherm wat de gevolgen zijn. Men doet dus alsof er een vijver in de computer zit.
"Doen alsof" heet simuleren; het zelfstandig naamwoord is simulatie. De vijver-simulatie is een model van een echte vijver. Het is niet zeker of dit vijver-model in alle opzichten de echte vijver goed beschrijft. Het is dus mogelijk dat een echte vijver zich in werkelijkheid toch anders gedraagt.
In deze lessen zul je kennismaken met zo n vijversimulatie. Beter gezegd: met een aantal vijversimulaties. We beginnen namelijk met een heel simpele vijver: er groeien alleen algen in. Dat is vijver 1, de Algenvijver.
Welke vijversimulatie(s) je daarna doet hangt af van je docent. Vijver 5 is de meest ingewikkelde; daarin worden twee soorten vissen gekweekt.
(Overigens: in deze vijver- simulaties is gebruikt gemaakt vna Russische gegevens. Een aantal Russische biologen hebben de resultaten van onderzoek aan viskweekvijvers en een simulatiemodel van dergelijke vijvers gepubliceerd in een biologisch tijdschrift.
Wat je van biologie moet weten
De computerprogramma s gaan over het leven in (vis)kweekvijvers. Om met deze programma s te kunnen werken moet je het een en ander weten over het leven in het water. Dat staat in dit stuk "Wat je van biologie moet weten". Het meeste heb je al gehad: in dat opzicht is dit stuk een herhaling.
Het nieuwe dat hierin voorkomt is niet moeilijk.
Lees deze biologie-tekst door. Als er een opdracht komt, maak je deze.
Een vijver is een voorbeeld van oppervlaktewater: water dat zich op de oppervlakte van de aarde bevindt. Oppervlaktewater staat dus in contact met lucht.
"Doen alsof" heet simuleren-, het zelfstandig naamwoord is simulatie.
De vijver-simulatie is een mode! van een echte vijver.
Het is niet zeker of dit vijver-model in alle opzichten de echte vijver goed beschrijft.
Het is dus mogelijk dat een echte vijver zich in werkelijkheid toch anders gedraagt.
In deze lessen zul je kennismaken met zo'n vijversimulatie.
Beter gezegd: met een aantal vijversimulaties.
We beginnen namelijk mei een heel simpele vijver: er groeien alleen algen in. Dat is
vijver 1, de Algenvijver.
Welke vijversimulatie(s) je daarna doet hangt af van je docent. Vijver 5 is de meest
ingewikkelde: daarin worden twee soorten vissen gekweekt.
(Overigens: in deze vijver-simulaties is gebruik gemaakt van Russische gegevens. Een
aantal Russische biologen hebben de resultaten van onderzoek aan viskweekvijvers en
een simulatiemodel van dergelijke vijvers gepubliceerd in een biologisch tijdschrift.)
Vissen worden niet alleen in de natuur gevangen, ze worden tegenwoordig ook
vaak "gekweekt": in zogenaamde viskweekvijvers. (Bekend zijn kweekvijvers voor forel; die
kun je in de vakantie als toerist soms bezoeken.)
De eigenaar van een viskweekvijver wil natuurlijk zo veel mogelijk vis zien te krijgen
tegen zo laag mogelijke kosten. (Dat geldt voor alle ondernemers., of ze nu broden,
Lego-dozen, rozen of bromfietsen produceren.)
Zo'n kweekvijver is een ingewikkeld geheel.
Vissen hebben voedsel nodig. Welk voedsel hangt af van de soort vis. Vissen hebben
ook zuurstof nodig. En ze produceren afval.
De kwaliteit van het water is van groot belang.
Ook de temperatuur van het water en de hoeveelheid (zon)licht hebben invloed.
En al die processen duren nogal lang: pas na dagen of weken wordt duidelijk wat de
gevolgen zijn.
Kortom: een ingewikkeld geheel.
Als er een interventie in het begin van de zomer door jou is gedaan moet je de tijd maar eens laten lopen.
ENKELE LOSSE TIPS
Er zijn twee mogelijkheden om mee te beginnen: een lege vijver met algen zonder vissen en een 'volledige' viskweekvijver met twee verschillende soorten vissen: zilverkarpers en karpers.
TIP 1: Kijk eerst even naar het gedrag van een vijver zonder vissen. Start en laat de tijd gewoon eens lopen van 0 tot de lente, zomer en de herst, tot 365 dagen. Klik op 'Doorgaan'.
Het blauwe blokje geeft een indicatie voor het dag-nacht-ritme; en dientengevolge de instraling en de gemiddelde dag-temperatuur.
Het rode blokje is een indicatie voor de algengroei (phytoplankton) (F). Algengroei is eigelijk vervuiling.
De twee andere blokjes zijn een indicatie dat de hoeveelheid karpers en de hoeveelheid zilverkarpers veranderen. Die staan nu op nul! De vier blokjes dienen alleen maar als indicatie voor een verandering. Ze geven geen specifieke waarde aan. De juiste waardes voor de acht belangrijkste variabelen kun je onderin opzoeken; links en rechts bij het blokschema.
De tijd loop van 1 januari tot 31 december. Of herstart de web-applicatie. Je ziet in eerste instantie N, O en P, d.w.z. Nitraat (rood) (op t=0: 0.15), Zuurstof (zwart) (op t=0: 9.8) en Phosphorus (fosfaat). Toenames beginnen feitelijk als de lichtinval voor de groei optimaal is.
Daarvoor staat alles nog reletief stil vanwege de (te) lage temperatuur.
GEEN VISSEN
De baas van een kweekvijver moet van al deze zaken verstand hebben. Maar hij of zij
hoeft niet alles zelf te onderzoeken. Beroepsonderzoekers, in dit geval biologen,
kunnen hierbij helpen. In speciale onderzoeksvijvers kunnen zij alle factoren die van
belang zijn zorgvuldig nagaan.
TIP 2: Daarna kun je de vijver - wederom zonder vissen - eens gaan bemesten! Of overbemesten. Weet je hoe je dat moet doen?
KARPERS
Neem bijvoorbeeld het volgende:
Zilverkarpers zijn vissen die zich voeden met algen, kleine groene plantjes.
Algen hebben mest nodig, vooral fosfaat en nitraat.
De onderzoekers gaan dan na hoeveel mest en van welke soort- je het best kunt
toevoegen. Dat levert 'verbanden' op, verbanden tussen hoeveelheid mestloevoer en
hoeveelheid algen. Al deze verbanden komen rot uiting in de tijd. Biologische
processen duren, zoals gezegd, meestal tamelijk lang.
TIP 3: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan karpers in de vijver. Wat blijkt? Karpers vervuilen de vijver. Zie je dat? Klopt dat?
ZILVERKARPERS
TIP 4: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan zilverkarpers in de vijver. Wat blijkt? Zilverkarpers eten watervlooien. Zie je dat?
KARPERS EN ZILVERKARPERS SAMEN
TIP 5: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan zilverkarpers maar ook 50 kg aan karpers in de vijver. Wat blijkt?
Aan de simulatie en de animatie wordt voortdurend verder gewerkt. Hier volgen nog enkele tips c.q. opdrachten die je kunt proberen te doen.
Wil je dit meer systematisch doen, kijk dan bij de opdrachten.
TIP 6: Als je (extra) visvoer (AU) geeft groeien de karpers in de zomer heel hard. (De zilverkarpers niet.)
TIP 7: Kies de viskweekvijver met 50 kg karpers en 50 kg zilverkarpers. Geef in april gedurende een maand eens een stoot fosfaat en een stoor nitraat: PU=0.4 kg/dag en NU = 1.4 kg/dag. Kijk wat er gebeurt.
TIP 8: Herstart het model eens met vissen, en laat de tijd drie maanden lopen. Dat is 90 dagen. Het is dan begin april, de lente. Stel de zuurstof inname (OU) vervolgens in op 4.0 eenheden/dagen; en Nitraat (NU) en Phosfaat (PU) op 1.0.
Hou de visvoer inname (AU) vooralsnog op 0.0.
Je ziet dat de ene soort heel anders reageert dan de andere soort.
Doordat N, P en O begin april (door jou) zijn verhoogd, zie je dat het plantaardig voedsel toeneemt en dientengevolge het gewicht van de zilverkarpers! De karpers eten wat anders.
Bekijk goed de verschillen. Maak dus steeds notities. Vind je het opmerkelijk? Denk je dat je het snapt?
Hier een voorbeeld zonder vissen van een aantal modeluitkomsten rond dag 85 (geen kapers; geen zilverkarpers; en geen visvoer):
Algen Phytoplankton F = 8.9 (Rood)
Watervlooien Zoo-plankton Z = 0.17 (xx)
Bodemdieren B = 17.5 (xx)
Detritus plus bacteria D = 12.6 (schimmels en bacterien) (Donkergeel)
Phosfaat P = 0.54 Dissolved biogenic (mineral) element (xx)
Nitraat N = 3.2 Dissolved biogenic (inorganic) element (Rood/paars II)
Zuurstof Oxygen O = 8.9 (Zwart II)
Visvoer = 0 (Bruin)
Hier een voorbeeld met vissen van een aantal modeluitkomsten rond dag 85 (met wel karpers en zilverkarpers; en nog geen visvoer):
Algen Phytoplankton F = 10.09 (Rood)
Watervlooien Zoo-plankton Z = 0.81 (xx)
Bodemdieren B = 15.5 (xx)
Detritus plus bacteria D = 13.5 (schimmels en bacterien) (Donkergeel)
Phosfaat P = 0.057 Dissolved biogenic (mineral) element (xx)
Nitraat N = 3.25 Dissolved biogenic (inorganic) element (Rood/paars II)
Zuurstof Oxygen O = 6.19
Visvoer = 0 (Bruin)
en:
Karpers C = 46.08
Zilverkarpers S = 45.92
(Conclusie: in de wintermaanden gebeurt er weinig met de twee vissoorten.)
Enschede, 19 maart 2025; update 31 januari 2026