Democratie op de werkvloer – bijdrage 3 van Frank op de Nieuwjaarsbijeenkomst van 2 februari 2018 te Enschede.

Ondernemingsraden

De weg voorwaarts…

Een typisch Nederlands bedrijf is heel hiërarchisch georganiseerd. Er is altijd een baas die je verteld wat te doen, wanneer je het moet doen, hoe je het moet doen en als je klaar bent dan is het diezelfde baas die bepaald wat er met de opbrengsten gebeuren moet. Dat is niet vreemd dat is de normale gang van zaken in een kapitalistisch bedrijf. Een kapitalistisch bedrijf immers heeft eigenaren, de aandeelhouders, die de directie hebben aangesteld om voor hen het beheer van hun kapitaal te voeren en zij laten ons weten dat een bedrijf geen ‘democratie’ is. Wat vervolgens wel vreemd is dat diezelfde bazen ons vertellen dat we in alle andere aspecten van ons leven democratie moeten eisen, we vliegen zelfs met vliegtuigen vol met bommen naar vreemde landen om daar de ‘democratie’ te brengen. Alsof democratie iets is dat uit de buik van een vliegtuig kan komen… Waarom eisen we niet ook binnen de werkplaats democratie? Zodat het de werknemers zijn die bepalen wat ze doen, wanneer ze het doen, hoe ze het doen en wat er met de opbrengsten gebeurd? Wat ten slotte de definitie van socialisme is. Een dergelijk organisatie van de werkplaats heet ‘arbeiderscollectief’ of in het Engels ‘worker coop’. Het oprichten van arbeiderscollectieven kan een goede manier zijn om een dialectisch omslagpunt in de ontwikkeling van onze maatschappij dichter bij te brengen, een voedingsbodem voor de revolutie te kweken. Dit artikel exploreert de mogelijkheden en onmogelijkheden van arbeiderscollectieven. Het gedachtengoed in dit artikel is voor een deel van dr. Richard Wolff (https://www.youtube.com/watch?v=LfQZqZoAVPY&t=253s).

Voor velen zal het een vreemde gedachte zijn: arbeiders die onderling en op basis van gelijkheid besluiten hoe een bedrijf reilt en zeilt. Maar is het werkelijk zo vreemd? In Nederland hebben we het fenomeen van de Ondernemingsraden (OR). Een manier waarop het personeel van kleine, middelgrote en grote bedrijven gezamenlijk en op basis van gelijkheid besluiten nemen die alle arbeiders (inclusief de directie) aangaan. Het gebeurt dus al, zij het op bescheiden en in alleen een raadgevende capaciteit. Is het onmogelijk de Wet op de Ondernemingsraden zo aan te passen dat de OR eigenaar wordt van de aandelen van een onderneming? Dit artikel laat zien dat dat niet zo is. De OR kan de rol van de aandeelhouders overnemen en er voor zorgen dat het personeel van een onderneming bepaalt wat, hoe, wanneer en waar er geproduceerd wordt en wat er gebeurt met de opbrengsten!

Historie van arbeiderscollectieven

Het is ook niet bepaald een nieuw idee. Voor de Eerste Wereld Oorlog en tussen beide Oorlogen in is er al ruimschoots invulling gegeven aan dit idee. Zo is er De in 1901 door schrijver en pionier Frederik van Eeden opgerichte Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB) die streefde naar coöperatie en productieve associatie, ofwel gemeenschappelijk bezit en gebruik van productiemiddelen. Later zou de architect Gerrit Rietveld een compleet nieuw fabriekscomplex voor ‘De Ploeg’ in Bergeijk ontwerpen in samenwerking met tuinarchitecte Mien Ruys, die een parkachtige omgeving creëerde. De fraaie ‘Ploegstoffen’ stonden in de jaren vijftig en zestig model voor het ideaal van ‘Goed Wonen’. (bron: https://socialhistory.org/nl/collecties/landbouwkolonies-en-ploegstoffen) Of het NIVON dat in 1928 is opgericht als een arbeiderscollectief, het eerste natuurvriendenhuis in Nederland: Krikkenhaar in Bornerbroek. Betaalbaar in de natuur op vakantie gaan, dat was het doel. Om de kosten te drukken onderhielden de arbeiders de huizen zelf en maakten zij samen schoon tijdens hun verblijf. (bron: http://www.elkedagvakantie.nl/index.php/2009/nivon-schaft-na-80-jaar-corvee-af/). Om maar een paar van de meest bekende voorbeelden te noemen. Meer moderne vormen van arbeiders collectieven zijn te vinden in veel landen (zie ook: http://stories.coop/). Bekende voorbeelden zijn in Italië en Spanje. De Noord-Italiaanse regio Emilio Romagna is waarschijnlijk bekend bij de lezer om zijn luxe auto’s: Ferrari, Lamborghini, Maserati en Ducati. Maar wat echt fascinerend is, in deze landstreek aan de voet van de Alpen, is dat deze streek niet alleen een van de economisch meest succesvolle regio’s in de wereld is maar ook een van de meest coöperatieve regio’s: De coöperatieve sector in de regio produceert 30% van het GBP. (bron: http://stories.coop/stories/emilia-romagna-cooperative-region-and-economy/). De coöperatieve sector in deze regio is al erg oud. Het is een traditionele manier van produceren. In Spanje zijn vooral het Mondragon experiment en het dorpje Marinaleda erg bekend, er zijn er veel meer.
In 1943 sticht een lokale priester, Don José Maria Arizmendiarietta, in het Baskisch dorpje Arrasate (beter bekend als Mondragón) een kleine dorpsschool om arbeiderszonen en -dochters te voorzien van een combinatie van technische, 'spirituele' en sociale scholing. In 1956 stichten vijf studenten van deze school de eerste coöperatieve fabriek: ULGOR. Een jaar later wordt reeds een tweede fabriek opgericht, en in 1959 werd de 'Caja Laboral Popular' opgericht. Deze bank speelde in de latere geschiedenis van de coöperatie een belangrijke rol als 'centrum' van een heel netwerk van coöperatieven. In 1991 werd uiteindelijk MCC opgericht als een overkoepelend orgaan voor het hele netwerk van coöperatieven. De opleidingen en verbonden universiteit en research instituten zijn zo goed dat Microsoft en General Motors betalen om deze instituten onderzoek te laten doen! Alle coöperatieven van het netwerk zijn gesticht onder een systeem van 'economische democratie'. Het management wordt elk jaar gekozen door een 'algemene vergadering' met delegaties van elke tak van de federatie, die democratisch aangeduid is door de arbeiders van de verschillende, aparte coöperatieven. In deze 'algemene vergadering' wordt niet enkel het management gekozen, maar wordt ook gestemd over een algemeen bindend strategisch plan voor de federatie. De Coöperatieven zijn gebonden aan dit plan maar hebben wel de mogelijkheid om op elk moment uit de federatie te stappen. Naast de bank bestaat de federatie ook nog uit een universiteit, een systeem van sociale zekerheid, een voedingswarendistributeur en veel meer. In totaal 261 bedrijven en bijna 75.000 mensen (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mondrag%C3%B3n_Cooperative_Corporation en http://www.mondragon-corporation.com/eng/our-businesses/our-companies/) Marinaleda is een gemeente in de Zuid Spaanse provincie Sevilla in de regio Andalusië met een oppervlakte van 25 km². In 2007 telde Marinaleda 2670 inwoners. Het dorp wordt sinds 1979 bestuurd door Juan Manuel Sánchez Gordillo van Verenigd Links, die zijn vergoeding voor het burgemeesterschap terugstort in de gemeentekas en leeft van zijn activiteiten als schoolleraar. Er is een belangrijke rol voor volksvergaderingen. De belangrijkste werkgever van het dorp is een landbouwcoöperatie die 2650 mensen in dienst heeft die allen evenveel verdienen maar verplicht zijn 20 dagen per jaar vrijwilligerswerk te verrichten voor het dorp. De winst van de coöperatie wordt geïnvesteerd in nieuwe banen. Terwijl de werkloosheid in Andalusië in 2012 opliep tot 30%, was deze in Marinaleda slechts 3%. De belastingen zijn lager dan in de rest van Andalusië. Er is geen lokale politie en de kosten van voorzieningen zijn laag. In een uniek huizenbouwproject kunnen inwoners van de gemeente kosteloos bouwmaterialen en bouwtekeningen krijgen, maar ze moeten het huis van 90 m² zelf bouwen. (bron: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Marinaleda)
Ook in de VS wordt geëxperimenteerd met arbeidscollectieven. Volgens een rapport (bron: http://institute.coop/sites/default/files/resources/State_of_the_sector_0.pdf) van het Democracy at Work instituut groeit de sector ieder jaar en behalen bedrijven in de sector betere resultaten dan vergelijkbare kapitalistische bedrijven. Zij zijn actief in uiteenlopende sectoren van ouderenzorg tot het installeren van zonnepanelen. Dichter bij huis, in de UK wordt er ook driftig nagedacht over het ondersteunen van hun collectief georganiseerde sector. De Labour party, o.l.v. van Jeremy Corbyn, heeft het voornemen om beleid in te voeren dat het mogelijk moet maken voor het personeel van bedrijven om bij iedere wijziging in de eigendomsstructuur van het bedrijf het bedrijf te kopen en als collectief voort te zetten. Arbeidscollectieven is niet een louter socialistisch of communistisch ideaal. Veel arbeidscollectieven zijn opgericht op basis van religieuze gronden. De Christelijke waarden van gelijkheid zijn voor veel mensen de reden geweest om een arbeidscollectief op te richten. Middeleeuwse monniken organiseerden de arbeid al collectief. Het oprichten van arbeiders collectieven is dus een oud en welbekend fenomeen. Het is ook eigenlijk vrij logisch, als we nu toch 40 uur per week moeten werken dan kunnen we er maar beter een plezierige en leerzame ervaring van maken. Er is wereldwijd uitgebreid ervaring mee en er zijn instituten die ondersteuning bieden bij het oprichten er van.

Waarom hebben we er dan niet meer over gehoord?

De belangrijkste reden is dat arbeiders collectieven laten zien dat er een alternatief bestaat voor de kapitalistische manier van produceren. In een kapitalistisch bedrijf worden we geacht onze eigen gedachten aan de kapstok te hangen naast de jas bij het binnen komen. De hele dag moeten we doen wat de baas zegt en als we weggaan dan is het laatste: alles waar we de hele dag onze energie en creativiteit in hebben gestoken blijft achter bij de baas. Alle productie wordt opgeëist door de kapitalist. Zolang het kapitalistische systeem bestaat is een arbeiders collectief de beste mogelijkheid om eigen baas te zijn.
Een andere reden om niet gehoord te hebben van arbeidscollectieven is de ‘Koude Oorlog’. De VS zijn de oorlog uitgekomen als bondgenoot van de Sovjet-Unie. Op ieder Amerikaans postkantoor hingen posters van Uncle Sam en Uncle Jo(seph Stalin) gezamenlijk lachend naar het publiek. Voor de oorlog had de arbeidersbeweging de “New Deal” afgedwongen onder dreiging van grote opstanden of zelfs een revolutie. Het kapitalisme werd alom verantwoordelijk gehouden voor de oorlog. Aan die toestand moest een einde komen en de heersende krachten wisten niets anders te bedenken dan enorme repressie in de vorm van de McCarthy inquisitie. Vooral de communisten moesten het ontgelden en in hun kielzog alles wat enigszins op links leek. In deze omstandigheden werden veel arbeiderscollectieven, vooral degenen die Christelijk gemotiveerd waren, kopschuw en hielden zich koest. Deze situatie is uiteindelijk ook overgewaaid naar Europa waar dezelfde reactie andere vormen had. Het inzicht dat arbeiderscollectieven een alternatief zijn voor de kapitalistische productiewijze verdween en een beeld van schattigheid en knuffelige ouderwetsheid verscheen.
De werkelijkheid is dat ons kapitalistisch systeem voor de tweede keer in 70 jaar in een diepe crisis verkeerd en dat de tussenliggende jaren zich kenmerkten met een crisis elke 4 tot 7 jaar. Dit systeem is niet stabiel, het is voortdurend optrekken en crashen. Alsof we allemaal in een auto zitten waarvan de motor af en toe aanslaat. Het gevolg is dat massa’s mensen zich voortdurend geconfronteerd zien met het verlies van hun huis, het faillissement van hun eigen bedrijf of gedwongen worden een baan aan te nemen die veel minder betaald dan de baan die ze net verloren.

Figuur xxx

De rijkdom in de wereld is ondertussen geconcentreerd in de handen van precies 80 mensen en de verdeling wordt steeds schever. Deze 80 mensen geven een deel van hun vermogen uit om te lobbyen voor regelingen die hen bevallen, vooral belastingvoordelen en bescherming van hun belangen. (bron: https://www.oxfam.org/en/research/wealth-having-it-all-and-wanting-more). Dat is geen democratie dat is een autocratie! De grootste prestatie van modern kapitalisme is dat de rijkdom net zo scheef verdeeld is als bij de oude Egyptische Farao’s. Geen enkele andere maatschappij heeft dat bereikt!

Waarom zijn arbeiderscollectieven een alternatief en een opstapje naar socialisme?

Het doel van ons communisten is een volledige democratische controle op de productiemiddelen en daarmee op de hele maatschappij. De dialectiek vertelt ons dat na een toename in kwantiteit een omslag naar kwaliteit kan plaats vinden. We zullen dus langzamerhand het maatschappelijk klimaat moeten veranderen naar een klimaat waarin die revolutie wel kan plaats vinden. Het oprichten van arbeiderscollectieven helpt om bedrijf voor bedrijf de productie middelen op de kapitalisten te veroveren, helpt om dat maatschappelijk klimaat te veranderen. Het oprichten van arbeiderscollectieven sluit aan bij de propaganda van de tegenstander. Een arbeiderscollectief is immers daadwerkelijke democratische controle op de productiemiddelen. We zijn in Nederland in de unieke situatie dat er in bedrijven vanaf 20 werknemers een Ondernemings Raad bestaat. Een orgaan binnen de bedrijven dat al gestoeld is op democratische controle door de werknemers. Dit orgaan is uitstekend in staat om te bepalen, wat, hoe en waar er geproduceerd wordt en wat er met de opbrengsten gedaan moet worden. In een arbeiderscollectief verdwijnt het gat tussen management, de mensen die zijn ingehuurd om het kapitaal te beheren, en de mensen die werkelijk het werk uitvoeren als vanzelf, immers iedereen denkt mee over de bedrijfsprocessen en iedereen is eigenaar van dat bedrijfskapitaal. Daarmee verdwijnen de vervreemding van de arbeid die velen van ons aan den lijve voelen en de maatschappelijke ziekten die daarmee samenhangen. Ook de noodzaak om alle medewerkers aan een bedrijf van een goede opleiding te voorzien wordt veel duidelijker, als iedereen meedenkt moet ook iedereen weten waar het over gaat.
We maken ons zorgen over het feit dat steeds minder mensen zich druk maken over de politiek. Dat is geen wonder als je bedenkt dat diezelfde politiek beheerst wordt door de lobbygroepen van de eerder genoemde 80 personen. Het is geen wonder als je bedenkt dat onze politici heel gemakkelijk over stappen van de politiek naar de directie kamer om daar de orders van diezelfde 80 personen uit te voeren waar ze dat eerder in de parlementen deden. Het is geen wonder als je gewend bent op het werk je mond te moeten houden(bron: https://www.youtube.com/watch?v=uifBTSSzMz8). Maar zullen mensen die gewend zijn in de werkplaats mee te praten zich dit ook zo makkelijk aan laten leunen? Bedrijf voor bedrijf kan de mensen duidelijk worden wat het inhoudt om daadwerkelijk mee te praten over de gang van zaken. De Cubanen zijn hierin een mooi voorbeeld hoe dat kan werken (bron: http://www.cubadefend.nl/joomla/content/view/1081/36/). Arbeiderscollectieven zijn stabiele en efficiënte ondernemingen. Gemiddeld is hun levensduur langer dan kapitalistisch georganiseerde bedrijven, hun winsten hoger en het beslag dat ze leggen op omgeving (milieucrisis) en werknemers lager (balans werk-thuis) dan hun kapitalistische concurrenten. We horen vaak dat mensen die huizen huren niet geïnteresseerd zijn in het onderhoud van hun huis maar dat eigenaren dat wel zijn. Waarom geldt dat niet voor bedrijven? Mensen die geïnteresseerd zijn in de resultaten van hun handelen zijn beter gemotiveerd om over dat handelen na te denken. Mondragon is gegroeid van 6 mensen in 1956 tot 100.000 nu. Dat terwijl ze met kapitalistische bedrijven moesten concurreren op alle mogelijke terreinen. Juist het feit dat zij nu nog bestaan en hun concurrenten niet meer is beslissend, in Emilio Romagna geldt ditzelfde beeld. Natuurlijk kunnen we in Nederland ook een bloeiende collectieve sector creëren.

Wat is er nodig om een collectieve sector te creëren?

Eigenlijk is er maar 1 ding dat werkelijk nodig is: een massa beweging die het ook werkelijk wil. Maar die beweging komt er niet vanzelf daar moet aan gewerkt worden. Het voordeel van deze aanpak is dat de resultaten meetbaar zijn. Er zijn heel veel maatregelen te bedenken die het oprichten van een collectieve sector in Nederland kunnen bevorderen. De al eerder genoemde Ondernemings Raden zijn hierin cruciaal. In de levensloop van bedrijven zijn veel momenten waarbij de aandelen van eigenaar wisselen. De eigenaren willen met pensioen maar kunnen geen opvolgers vinden, de aandeelhouders willen hun aandelen op de beurs gaan verkopen, een bedrijf wordt verkocht aan een andere ondernemer, etc. etc. Dit is het moment bij uitstek om de aandelen aan het personeel of hun vertegenwoordiging, de OR, te verkopen. Maar dit eist twee wijzigingen, de OR moet in staat zijn om die aandelen te kopen als legale entiteit en moet ook geld hebben. In veel bedrijven is de OR een verlengstuk van de directie of aandeelhouders geworden. Er zijn zelfs bedrijven waar het personeel geen lid van de OR kan worden. Dat laatste is rechtstreeks in tegenspraak met de Wet op de OR en dergelijke bedrijven kunnen van een goed georganiseerde vakbond een rechtszaak verwachten, nu al. Maar ook de eerder genoemde verwording onder kapitalistisch beheer van dit instrument van het personeel om hun stem te laten horen zal langzaam verdwijnen als meer en meer bedrijven door het personeel over genomen worden. Een begin kan gemaakt worden met bedrijven die wèl geschikt zijn om overgenomen te worden.

Kortom de kennis ervaring en voorbeelden zijn er, de noodzaak is nu meer duidelijk dan ooit: de weg voorwaarts is via collectieve bedrijven. Dus: “Alle macht aan de OR”. (Variant op “Alle macht aan de -sovjets”.)

Dit artikel is aan Manifest aangeboden. Maar (nog) niet geplaatst. We werken aan een tweede versie.

Enschede, op internet gezet: 5, 6 en 7 febr 2017.