Volksdemocratie versus parlementaire democratie

 

De westerse media maakt zich zorgen over de rol van de Verenigde Staten als hoeder van de westerse waarden van vrijheid en democratie, nu Trump aan de macht komt. Hebben de Verenigde Staten zich werkelijk ooit wel eens druk gemaakt om vrijheid in democratie? Ja, in naam, maar altijd met een onderliggende imperialistische agenda en dikwijls opgelegd met bommen en raketten.

 

You can say what you like, but it doesn’t change anything. Because the corridors of power are an ocean away”, zingt frontman Justin Sullivan van de Engelse linkse band New Model Army reeds in de jaren 80.

En zo is het maar net. Wij mogen alles zeggen en doen binnen de gestelde kaders die de ‘hoeders’ van ‘onze’ westerse democratieën  ons opleggen, maar wij kunnen er niets aan veranderen. Wij hebben als volk geen middelen om onze wil op te leggen.

 

De westerse landen, met de V.S. voorop, verkondigen dat zij de vrije wereld zijn, de hoogst ontwikkelde democratieën die zich daarom het recht voorhouden om als politieagent op te treden tegen landen die de vrijheid zogenaamd met de voeten treden. Zo wordt ook Cuba bejegend als een  dictatuur van dinosaurussen die ver over de houdbaarheidsdatum zijn.

 

Maar hoe goed is het gesteld met onze democratie? Hoe wordt deze door de bevolking gewaardeerd, als we kijken naar de verkiezingsopkomsten:

 

·         Tweede Kamerverkiezingen 2012: 74,5%

·         Gemeenteraadsverkiezingen 2014: 53,8%

·         Europees Parlement 2014: 37,3%

·         Provinciale Staten 2015: 47,8%

·         Oekraïne referendum 2016: 32,2%

 

Conclusie: ongeveer de helft van de mensen stemt niet. Dat is toch wel een bijzonder droevig resultaat!!! Hoe vertellen wij dat de rest van de wereld wanneer wij die met veel wapengeweld onze democratie opleggen? Wat gaat er toch mis met onze democratie? Wat kost het nou voor moeite om te stemmen? Hier hoef je niet vier uur in de rij te staan. Het stembureau is altijd op de hoek. Je kunt zelfs op NS stations stemmen. Waarom krijgen we geen beweging in dit verrekte luie en verwende volkje, vragen politici en media zich quasi verbaasd af.

 

Omdat het misschien geen enkele zin heeft om te stemmen? Wat voor invloed kunnen wij nu werkelijk uitvoeren? Waar ligt de werkelijke macht? Niet bij ons en niet bij de leden van de Eerste en Tweede Kamer. Het jaarlijkse World Economic Forum in Davos, Zwitserland heeft deze macht wel. Ook de Europese Commissie, een niet democratisch gekozen orgaan, heeft werkelijke macht. De duizenden lobbyisten van grote multinationals die dagelijks de leden van het Europees Parlement bewerken hebben dit ook.

Het gewone volk wordt een schijndemocratie gepresenteerd waarbij wij mogen stemmen op partijen die binnen de gestelde kaders opereren, maar die geen werkelijke macht kunnen uitoefenen omdat zij met handen en voeten gebonden zijn aan de belangen van het grootkapitaal.

 

Het grootkapitaal presenteert ons een schijndemocratie maar probeert uit alle macht te voorkomen dat wij werkelijk wat te zeggen krijgen. Een raadgevend referendum over de Europese Grondwet en de Oekraïne worden schoorvoetend toegestaan. Maar naar de uitslag wordt niet geluisterd en het idiote onderwerp wat het Oekraïne referendum in feite was, wordt aangegrepen om het referendum in het algemeen aan te vallen.

Je moet er toch niet aan denken dat hier bindende referenda gehouden worden over de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd of de hervorming van het belastingstelsel. Nee, over dit soort echt belangrijke onderwerpen die de bevolking primair aangaan, geven we de bevolking nul-komma-nul invloed.

 

Zijn dit soort referenda dan uit de lucht gegrepen? Nee! Deze bindende referenda zijn de afgelopen jaren gehouden op Cuba. Jawel, de dictatuur Cuba. Geen westerse krant heeft hier uiteraard ooit over geschreven. Je moet echt zoeken naar deze informatie, maar deze referenda zijn er op Cuba geweest en ze waren een groot succes.

Niet dat het resultaat de Cubaanse regering altijd beviel. Zo is het referendum over de hervorming van het belastingstelsel door de bevolking verworpen. En dat betekent dus ook echt dat de regering haar huiswerk moet overdoen. De plannen gaan dus niet door!

 

Succesvol zijn de referenda over Cuba vanwege de mobilisatie van een miljoenenmassa via de wijkcomité’s. Een referendum houden op Cuba is niet zomaar iets. Deze daalt in tot in de fijnste haarvaten van de Cubaanse samenleving, de democratisch gekozen wijkcomité’s (CDR’s:  Comité’s ter Verdediging van de Revolutie), wordt daar uitgebreid bediscussieerd, waarbij de input van deze wijkcomité’s meegenomen wordt in de uiteindelijke vraag die aan de bevolking wordt voorgelegd. Zo stemde de Cubaanse bevolking in 2008 voor een verhoging van de pensioengerechtigde  leeftijd met maar liefst vijf jaar! En stemden ze een paar jaar later in een bindende referendum voor de invoering van een particuliere sector. Maar stemden ze een paar jaar geleden tegen de hervorming van het belastingstelsel.

De Cubanen worden niet lastiggevallen met zinloze referenda over bijvoorbeeld een handelsverdrag met Brazilië maar hebben een bindende uitspraak over zaken die hun werkelijk aangaan. Dat is pas echte democratie!

 

Niet voor niets noemen we Cuba daarom een participatieve volksdemocratie. Een democratie van het volk, voor het volk, waarin het volk actief in participeert. Hier tegenover staat onze passieve parlementaire democratie die uit niets meer bestaat dan om de paar jaar een vakje inkleuren, vooraf gegaan door een poppenkast met partijen die om het hardst schreeuwen waarom zij zo goed zijn en de anderen zo slecht. Deze verkiezingscampagnes worden zo langzamerhand een megalomane schertsvertoning die zijn weerga niet kent, met de verkiezingscampagne in de V.S. als laatste trieste voorbeeld.

De Cubanen blijft deze onzin bespaard. Cuba kent een getrapt kiesstelsel waarbij de bevolking alleen de wijkcomité’s kiest. Mensen die zij kennen. Protserige verkiezingscampagnes zijn daarom ook niet nodig. Cubanen kiezen niet direct het parlement. Dat heeft ook geen zin. Zij kennen de kandidaten niet. Zij laten dat over aan provinciale raden die deze kandidaten wel kennen. De provinciale raden worden op hun beurt weer door de gemeenteraden gekozen en de gemeenteraden door de wijkcomité’s. Een hokje inkleuren in het stembureau is maar een miniem onderdeel van de Cubaanse democratie. Deze bestaat vooral uit het actief deelnemen aan de maatschappelijke debatten.

 

En daarbij hebben we nog één wezenlijk aspect van de Cubaanse democratie niet genoemd, en dat is de democratie op de werkvloer, een soort democratie die in de westerse wereld volledig afwezig is.

 

Het westerse machthebbers zijn er in geslaagd om een dictatuur in te stellen in het gedeelte van de kapitalistische maatschappij die voor de bevolking van het allerhoogste belang is: namelijk in het voorzien in het levensonderhoud door te werken. Wij weten natuurlijk dat het grootkapitaal dat doet omdat dit het belangrijkste aspect van haar wezen is: het vergaren van meerwaarde door uitbuiting van de arbeiders.

En wij laten ons gewillig uitbuiten. Wij hebben nul-komma-nul democratische rechten om dit tegen te gaan. Als de bazen het heel bond maken, kunnen wij staken (tenminste als wij voldoende georganiseerd zijn in de vakbond) en wij mogen binnen zeer beperkte kaders iets vinden van de bedrijfsontwikkelingen via de ondernemingsraden. Het grootkapitaal heeft in oud premier Wim Kok in de jaren 90 een schitterende vertolker van het poldermodel gevonden en heeft hiermee de vakbondsstrijd weten te breken.

 

De werkende klasse is nu vleugellam. Vooral de mensen die in loondienst zijn.

 

Hoe anders is dat op Cuba! De staatsbedrijven en instellingen zijn democratische organisaties. Los van het feit dat de werkende klasse niet uitgebuit wordt omdat het Cubaanse volk de bedrijven bezit, hebben de Cubaanse werknemers ook directe invloed op de beleidskeuzes van de bedrijven waarvoor zij werken. Zo wordt de directie dikwijls democratisch gekozen en moet zich ieder jaar verantwoorden aan een arbeidersraad. Voldoen zij niet, kunnen zij afgezet worden. De Cubaanse werknemer hoeft zich geen zorgen te maken over of hij de volgende reorganisatie wel zal overleven. Hij staat zelf aan de wieg van een mogelijke reorganisatie en zal daarbij, i.p.v. het belang van de aandeelhouder, het belang van zijn collega’s en kwaliteit van het product dat zij leveren, voorop stellen.

 

Volksdemocratie  is dus echte democratie!

 

M.J. Smit