TIP 1: Kijk eerst even naar het gedrag van een vijver zonder vissen. Start en laat de tijd gewoon eens lopen van 0 tot de lente, zomer en de herfst, tot 365 dagen. Klik daarvoor bij de simulator op 'Doorgaan'.

Het blauwe blokje geeft een indicatie voor het dag-nacht-ritme; en dientengevolge de instraling en de gemiddelde dag-temperatuur. Het rode blokje is een indicatie voor de algengroei (phytoplankton) (F). Algengroei is eigenlijk vervuiling. Deze twee blokjes dienen alleen maar als indicatie voor een verandering. De twee andere blokjes geven de hoeveelheid karpers en de hoeveelheid zilverkarpers aan. De vijver begint met nul vissen. De juiste waardes voor de acht belangrijkste variabelen kun je onder de grafiek vinden. De interventiemogelijkheden staan daar weer onder.
TIP 2: Daarna kun je de vijver – wederom zonder vissen – eens gaan bemesten! Of overbemesten. Weet je hoe je dat moet doen?
Algen hebben namelijk mest nodig, vooral fosfaat en nitraat. Een onderzoeker zou dan nagaan hoeveel mest en van welke soort je kunt toevoegen. Dat levert verbanden op tussen hoeveelheid mest en hoeveelheid algen. Biologische processen duren, zoals gezegd, meestal tamelijk lang. Hier kun je deze verbanden volgen in de tijd.
TIP 3: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan karpers in de vijver. Wat blijkt? Karpers vervuilen de vijver. Zie je dat? Klopt dat?
Zilverkarpers zijn vissen die zich voeden met algen, kleine groene plantjes.
TIP 4: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan zilverkarpers in de vijver. Wat blijkt? Zilverkarpers eten watervlooien. Zie je dat?

TIP 5: Herstart en laat de tijd eens lopen tot de lente. Deponeer dan 50 kg aan zilverkarpers maar ook 50 kg aan karpers in de vijver. Wat blijkt?
Aan de simulatie en de animatie wordt voortdurend verder gewerkt. Hier volgen nog enkele tips c.q. opdrachten die je kunt proberen te doen. Wil je dit meer systematisch doen, kijk dan bij de opdrachten.
TIP 6: Als je (extra) visvoer (AU) geeft groeien de karpers in de zomer heel hard. (De zilverkarpers niet.)
TIP 7: Kies de viskweekvijver met 50 kg karpers en 50 kg zilverkarpers. Geef in april gedurende een maand een stoot fosfaat en nitraat: PU = 0.4 kg/dag en NU = 1.4 kg/dag. Kijk wat er gebeurt.
TIP 8: Herstart het model met vissen en laat de tijd drie maanden lopen (90 dagen). Het is dan begin april, de lente. Stel de zuurstofinname (OU) in op 4.0 eenheden/dag; en Nitraat (NU) en Fosfaat (PU) op 1.0. Houd de visvoer inname (AU) voorlopig op 0.0.
Hier een voorbeeld zonder vissen rond dag 85:
Hier een voorbeeld met vissen rond dag 85:
(Conclusie: in de wintermaanden gebeurt er weinig met de twee vissoorten.)
Enschede, 19 maart 2025 — update 31 januari 2026