In een socialistische maatschappij is de werkende bevolking de baas over het kapitaal en de investeringen [1] [2] [3].
Dat eist een geweldige continue inspanning van revolutionaire krachten uit de werkende klasse [4].
Een dergelijke socialistische maatschappij moet zich vooral ook verdedigen tegen de krachten van buiten - het wereldwijde grootkapitaal - die haar willen ondermijnen. Kijk maar naar de geschiedenis vanaf 1918 en daarvoor tot de dag van vandaag [5]. Kijk maar naar Cuba.
Wat is socialisme, is de vraag die wij ons stellen op deze conferentie. Hierover zijn er tegenwoordig - op internet - naast geweldige stukken om te lezen ook oeverloze discussies. Wij willen daarom nu de essentie (nogmaals) van socialisme goed op papier hebben.
Waar komen communisten voor op? Voor een goed inkomen voor de werkenden uit arbeid en een goed pensioen. Waar komt de bezittende klasse voor op? Voor het veiligstellen van hun bezit, hun geld, hun privileges en hun kapitaal.
Een precieze definitie van rijk en arm doet er in deze discussie - op dit moment van de geschiedenis - even niet toe. Ook in het socialisme heb je - relatief - rijke mensen (d.w.z. mensen die hun loon nooit opmaken en alleen maar sparen) [6].
Ik beperk me in dit artikel tot de essentie. Plus enkele essentiële losse voetnoten. Een en ander kan altijd - later mondeling op de conferentie of op papier nog toegelicht worden.
In het kapitalistische systeem zijn miljarden mensen arm en hebben geen werk. In het socialisme werkt iedereen; ook 'rijke' mensen. Het basiskenmerk, het hebben of 'de baas zijn', van een bedrijf of een productiemiddel, ligt in beide systemen héél anders. Bedrijven worden in beide systemen door mensen (of overheden) opgericht en geven werkgelegenheid voor iedereen; zowel aan de directie als aan de arbeiders, incl. het witteboordenpersoneel [7]. En nu komt het: in een kapitalistische maatschappij liggen de salarissen in principe vast. Dat noemen ze vaste kosten. Het bedrijf, het productiemiddel, de arbeid, maar de winst komt uit de meerwaarde. En de winst c.q. de meerwaarde gaat bijna volledig (na aftrek van minimale belasting) naar de geldschieters, de bezittende klasse, die stinkend rijk worden volgens de accumulatiewet van Marx van de arbeid van anderen.
In het kapitalistische systeem zijn de salarissen vastgepind en kan er door individuen ongebreidelde winst worden gemaakt. In een socialistische maatschappij ligt de 'rente' op geld (op spaargeld) en het kapitaal vast. Productiemiddelen, bedrijven en ondernemingen worden in een socialistische maatschappij opgezet door het lenen van geld uit de algemene middelen en dienen daarvoor een vast bedrag of nader te bepalen, wettig overeengekomen vaste vergoeding c.q. rente te betalen. Het personeel, incl. de directie, incl. de overheid, krijgt via een verdeelsleutel de opbrengst, d.w.z. de winst, de meerwaarde van de arbeid [6] [7] [8]. Niemand is dan meer armlastig, iedereen werkt (geen werkloosheid) en niemand is arm (geen armoede). De opbrengst van het productiemiddel wordt teruggeploegd in de maatschappij en wordt uitgegeven aan zorg, onderwijs, vervoer, politie, en defensie om de maatschappij te verdedigen tegen het imperialisme, het kapitalisme. Het socialisme leert van vroegere ervaringen [9]. De belangen van de factor arbeid gaat ten alle tijden boven de belangen van de factor kapitaal.
De communisten, verenigd in de communistische partij, zorgen er tevens voor dat het kapitalisme - het imperialisme en het fascisme - nooit meer terug kan komen. Het onderwijs en de media hebben hierbij een belangrijke taak om buitenlandse beïnvloeding te weerspreken.
Omdat socialisme evolueert en een wetenschap is, kunnen er in de loop der jaren ook nieuwe inzichten ontstaan. Twee voorbeelden: ten eerste werden er in socialistische landen vaak industriële zones ingevoerd waar multinationals uit kapitalistisch landen joint ventures mochten aangaan (‘socialisme1.0’). Door die winsten kon (kan) een socialistische samenleving in de begin-fase van zijn ontstaan een goed begin-kapitaal opbouwen. Ten tweede kan in een modern socialistisch land ('socialisme2.0'?) de werkende bevolking veel bereiken als men maar goed omgaat met zijn kapitaal (ook het menselijke kapitaal) en strikt onder leiding staat van een goede en sterke communistische partij. De bezittende klasse, de kapitalistenklasse, is in een socialistische maatschappij als klasse geëlimineerd. Mensen met geld zijn niet meer de baas. De werkende klasse is de baas [10]. (Met zijn arbeid, met zijn rechten en met zijn spaargeld.) De dictatuur van het kapitaal is dan gebroken. In een socialistische maatschappij is het nu tijd voor de diktatuur van het proletariaat.
Rik Min, 14 jan. 2025. Enschede/Twente/Overijssel
VOETNOTEN:
[1] Wat het niet is, is 'arbeiderszelfbestuur' (zoals vroeger in Joegoslavië). De meerwaarde ging naar de arbeiders van een onderneming. Maar - om allerlei redenen die er nu even niet toe doen - niet naar de algemene middelen van de staat. Om een lang verhaal kort te maken: er ontstond in Joegoslavië een enorme werkloosheid.
[2] Wat het niet is, is dat Honnecker - uit een goed bedoeld principe - het spaargeld van de miljoenen oost-Duitse arbeiders niet durfde te gebruiken. In Oost Duitsland had de werkende bevolking relatief heel veel geld op de bank. Men spaarde - bijvoorbeeld - voor een auto, maar de wachttijden daarvoor waren relatief enorm.
[3] De verzorgingsstaat is ook geen socialisme! Volgens de sociaal-democraten wel. Zij vinden dat het hoogst haalbare. Dat is iets tussen kapitalisme en een socialistische maatschappij in. Met recht een 'derde weg'. Maar omdat de sociaal-democraten het kapitalisme niet (willen) afschaffen, is de verzorgingsstaat op de lange duur niet stabiel; zeg maar: niet te handhaven.
[4] Zoals Lenin, Stalin en Mao de arbeiders en de boeren uiteindelijk wisten te verenigen in de strijd voor het socialisme, rond 1920 resp. rond 1950, moeten heden ten dage de communisten in Nederland de 2 tot 3 miljoen onvrijwillige en vrijwillige zzp'ers, eenpitters, middenstanders en freelancers zien te verenigen met de 3 tot 4 miljoen laagbetaalde loonafhankelijken, de arbeidersklasse. Beide groepen zijn werkenden. De een werkt 30, 40 of meer uur per week, de ander 50 tot 80 uur per week. Net als de boeren in Rusland en China vroeger: vroeger zogenaamd zelfstandig op een stukje grond; tegenwoordig zogenaamd zelfstandig op een stukje kapitaal.
[5] De socialistische maatschappij van de Sovjet-Unie is grotendeels van buitenaf kapotgemaakt door de grootste en smerigste psychologische oorlog die de wereld ooit gezien heeft. Die 'oorlog' begon al in 1917 (Lees 'de Groote klassenoorlog' van Jacques Pauwels); daarna tussen 1937 en 1941 in alle hevigheid; en daarna na 1946 op volle kracht. Deze m.n. psychologische druppels 'holden' vooral in de periode 1984 tot 1991 min of meer 'de steen uit'. We stonden er als communisten in Nederland bij en we keken ernaar. De eurocommunisten (de judassen in Italië, Spanje, Nederland en Frankrijk) gaven de Sovjet-Unie de dolkstoot.
[6] Bedenk dat in een socialistische maatschappij is de bezittende klasse als klasse is opgeheven. Iedereen werkt. Iedereen hoort dus tot de werkende klasse. Ook 'rijke' mensen kunnen lid zijn van de communistische partij.
[7] Veel communisten zijn gaan beseffen dat ondernemers geen kapitalisten zijn, en kapitalisten geen ondernemers. Uitzonderingen in het westen en in Nederland daargelaten. Het gespaarde geld van de werkende bevolking wordt in een socialistische maatschappij centraal beheerd en geïnvesteerd daar waar de bevolking dat wil.
[8] In een socialistische maatschappij is er 'centraal' kapitaal. Voor de planning en de vooruitgang in een socialistische maatschappij zijn er daarnaast ook nog de spaargelden van de bevolking (de werkende klasse). Dat kan een enorm bedrag zijn. Dat kapitaal wordt beheerd wordt door de staat. Die bepaalt waar investeringen worden gedaan. Deze twee soorten kapitaal worden door de staat, door het volkscongres, en de communistische partij, aangewend (en beheerd) om investeringen te doen. Ondernemingen kunnen geld lenen van de centrale bank, het centrale kapitaal, plus het spaargeld van de bevolking. En dat is in een socialistische maatschappij het nationale financieringskapitaal. Dat kapitaal fungeert tegelijkertijd ook als handels- en industriekapitaal.
[9] Socialisme is geen utopie. Socialisme is een wetenschap [Lenin: 'Van Utopie tot Wetenschap']. De werkende klasse - de arbeidersklasse - het proletariaat - produceert alle rijkdom, alle producten, en is de garantie voor vrede. Iedereen heeft hetzelfde belang. En dat belang is een goed inkomen. Dat inkomen (van de werkende klasse en - in een kapitalistische maatschappij - van de bezittende klasse!) kan alleen maar verkregen worden doordat de werkende klasse arbeid verricht. Met de handen of met het hoofd. 'Blauwe boorden' zowel als 'witte boorden'. Zij allen behoren allemaal tot de werkende bevolking. Zelfs ZZPers, middenstanders en freelancers, etc. Daarom zou er in Nederland en de rest van de wereld eigenlijk in principe maar een partij hoeven te zijn. En dat is in de meeste socialistische maatschappijen dan ook het geval. De enige regel voor een partij die dan nog geldt is dat men het kapitalisme niet meer mag invoeren. En dat men de vijanden van het socialisme buiten de deur houdt. In de DDR had men vier partijen. Die hadden allemaal democratisch voor dit principe hadden gekozen.
[10] De bevolking is in een socialistische maatschappij, naast een werkende, naast arbeider, naast consument, dus ook (mede-) aandeelhouder van iets waar zijn spaargeld voor is gebruikt.
Rik Min, 14 jan. 2025. Enschede/Twente/Overijssel